In 2026 gelden strikte regels voor rustgewassen, bemesting, rotatie, bufferstroken en eco‑activiteiten. Controleer percelen, monsters en registraties om sancties en subsidieproblemen te voorkomen.
Zoals wellicht bekend is 2026 het laatste jaar van de eerste periode (2023-2026) waarin op perceelsniveau – voor zover sprake is van zand- en lössgronden – kan worden voldaan aan het telen van een rustgewas. Naar aanleiding hiervan enkele aandachtspunten:
De rustgewasverplichting kon o.a. worden ingevuld met teelten voor zaaizaad en vermeerdering. Eerder heeft RVO aangegeven dat onder vermeerdering ook de opkweek van jonge planten valt. Recent heeft RVO echter dit standpunt gewijzigd: ‘Gewassen die worden gerooid worden nooit als rustgewas gezien. In 2026 kan de opkweek van jonge planten daarom niet als rustgewas worden ingezet’. Voor de jaren 2023 tot en met 2025 dus blijkbaar (achteraf) ook niet. Het is echter onduidelijk of RVO hierop gaat handhaven, zeker in situaties waarbij de kaartlaag ‘rustgewassen’ aangeeft dat er een rustgewas is geteeld.
Er zijn bedrijven die in eerdere jaren opkweekmateriaal hebben geteeld en ervan uitgingen dat hiermee al invulling was gegeven aan de rustgewasverplichting. Dit blijkt nu niet (meer) het geval te zijn. Voor deze percelen zijn feitelijk twee mogelijkheden:
- alsnog een rustgewas telen;
- bij controle de discussie aangaan of het standpunt van RVO wel juist is, en daarbij aangeven dat de keuze destijds gebaseerd is op de informatie van RVO, waaronder de gewascode lijst: Gewascodelijst | RVO.nl
Helaas is de informatie in de gewascodelijst van RVO, ook bij sommige andere gewassen, niet altijd juist, volledig en actueel. Raadpleeg bij twijfel de wettelijke lijst uit de ‘Omgevingsregeling’: wetten.nl – Regeling – Omgevingsregeling – BWBR0045528 en bepaal op basis van uw opties of en hoe in 2026 alsnog aan de rustgewasverplichting kan worden voldaan.
Omdat er veel met grond wordt geruild en nieuwe pachtronden zijn uitgegeven (onder andere door gemeenten, provincies en andere partijen) is het raadzaam te controleren of betreffende perceel aan een rustgewasverplichting heeft voldaan. Van de percelen die u in 2023-2025 zelf in gebruik had, is de historie bekend; van nieuw in gebruik genomen percelen meestal niet. In dat geval bent u volledig afhankelijk van de aangereikte gegevens via onder andere de grondeigenaar, vorige gebruikers en de kaartlaag RVO. Het is van belang dat betreffende gebruiker het rustgewas tijdig en correct registreert bij de Gecombineerde Opgave. Als in de jaren 2023-2025 géén invulling is gegeven aan het telen van een rustgewas, bent u als (nieuwe) gebruiker verantwoordelijk om hier in 2026 alsnog invulling aan te geven. Het niet voldoen aan deze verplichting wordt gezien als een economisch delict, waarop strafrecht van toepassing is.
De kaartlaag met betrekking tot de rustgewassen kunt u raadplegen door in te loggen bij de perceelregistratie binnen ‘Mijn dossier’ van RVO. Door vervolgens in de legenda de kaartlaag ‘rustgewassen’ te selecteren, verschijnt de onderliggende kaartlaag voor de jaren 2023, 2024 en 2025. RVO is nog bezig de gegevens van 2025 in de kaartlaag te verwerken; deze kaartlaag is daarom momenteel nog niet compleet. Ervan uitgaande dat dit per 1 maart wel het geval is. Op de website van RVO staat bovendien vermeld waar verder rekening mee moet worden gehouden, onder andere met betrekking tot de volledigheid van deze kaartlaag: Rustgewassen | RVO.nl.
Voorbeeld kaartlaag rustgewas

Vroege teelten (meststoffenwet)
Op bouwland is het mogelijk om vanaf 16 februari drijfmest uit te rijden, mits een vroeg gewas wordt geteeld dat op de lijst van vroege teelten staat. Het perceel én het gewas moeten minstens 24 uur vóór het moment van uitrijden worden geregistreerd in ’Mijn percelen’ van RVO. Wanneer een perceel eenmaal als vroege teelt is gemeld, is het niet meer mogelijk op dat perceel nog een gewas te zaaien dat niet op de lijst van vroege teelten staat, zoals mais. U dient hier dus zeker van te zijn voordat u de perceelregistratie aanpast en drijfmest uitrijdt. Via de gewascodelijst op de website van RVO kunt u per gewas bekijken of sprake is van een vroege teelt: Gewascodelijst | RVO.nl
Meer informatie over wanneer mest mag worden uitgereden: Wanneer mest uitrijden | RVO.nl
Fosfaatdifferentiatie
Als na bemonstering en analyse van grondmonsters blijkt dat sprake is van een lagere fosfaattoestand, is het mogelijk meer fosfaat uit meststoffen aan te wenden. Dit geldt zowel voor gras- als bouwland, mits aan de voorwaarden wordt voldaan.
Houd er rekening mee dat op de peildatum 15 mei 2026 bestaande grondmonsters niet ouder mogen zijn dan 4 jaar. Dit betekent dat grondmonsters die vóór 15 mei 2022 zijn bemonsterd, in 2026 niet meer geldig zijn.
Ook dient u er rekening mee te houden dat wanneer binnen een topografisch vlak (een door RVO aaneengesloten vlak dat kan bestaan uit meerderde percelen, voor zover deze niet volledig wordt doorkruist door wegen, paden, sloten, en overige landschapselementen) een monster niet meer voldoet, de andere monsters binnen het zelfde topografisch vlak óók niet meer gebruikt mogen worden. U moet immers van alle percelen binnen hetzelfde topografisch vlak beschikken over geldige grondmonsters, zodat het mogelijk is een gemiddelde fosfaattoestand (fosfaatklasse) te bepalen.
Indien een perceel groter is dan 5 hectare, kunt u ervoor kiezen meerdere standaardmonsters (maximaal 5 hectare per monster) te laten steken, of te kiezen voor een gestratificeerd monster. Dit gestratificeerd monster mag maximaal 20 hectare aaneengesloten omvatten. Stem de gewenste opties tijdig af met de monsternemer.
Bekijk vooraf welke percelen binnen hetzelfde topografisch vlak liggen (kaartlaag registratie percelen RVO). Hoewel door de aangescherpte stikstofgebruiksnormen stikstof steeds vaker beperkend is bij de aanvoer van meststoffen, kan het toch interessant zijn fosfaatdifferentiatie toe te passen onder andere in verband met mestverwerkingsplicht en grondgebondenheid.
Voor aanvullende informatie zie de website van RVO: Fosfaatdifferentiatie | RVO.nl
Gewasrotatie GLB
Om in aanmerking te komen voor de GLB subsidies dient u rekening te houden met de conditionaliteiten, ook wel beheereisen genoemd. Op de website van RVO vindt u een overzicht van deze eisen (GLMC): Conditionaliteiten GLB 2026 | RVO.nl.
Binnen GLMC 7, 3 regels:
- Elk jaar moet op minimaal 1/3 deel van het areaal bouwland op perceelsniveau een ander gewas (ander gewascode) als hoofdteelt worden geteeld.
Hieraan wordt ook voldaan door het telen van een of meerdere volgteelten met een andere gewascode dan de hoofdteelt. Het areaal waarover het verplichte 1/3 deel wordt berekend betreft uitsluitend bouwland; meerjarige teelten zoals blijvend grasland, asperge (productie), boomkwekerijgewassen enzovoort tellen niet mee. Tijdelijk grasland wordt gezien als bouwland en telt automatisch mee in deze verplichting.
- Eens in de 4 jaar wordt een ander gewas als hoofdteelt geteeld.
Hierbij wordt ook gekeken naar de gewascode. Dus: 4 jaar achter elkaar hetzelfde hoofdgewas (bijvoorbeeld snijmaïs) telen is niet toegestaan. Wat wel mag is bijvoorbeeld 3 jaar snijmais en 1 jaar MKS / CCM / korrelmaïs telen. Let op: de feitelijke situatie is leidend en eenvoudig door RVO te controleren.
- In de periode 2023 tot en met 2026 wordt tenminste één keer een rustgewas geteeld.
Dit kan als een hoofdteelt en/of als onbemest vanggewas dat voor 1 september is ingezaaid en tot tenminste 1 februari blijft staan (voorwaarden conform de Meststoffenwet).
Zelfs wanneer in 2025 (of in 2026) snijmaïs vóór 1 september is geoogst en waarbij voor 1 september een onbemest vanggewas is ingezaaid (onderzaai voldoet niet) waardoor wel aan de rustgewaseis is voldaan, is het binnen GLMC 7 niet toegestaan om 4 jaar achter elkaar snijmaïs (zelfde gewascode) te telen.
Dit geldt ook voor andere teelten waarbij vruchtwisseling minder noodzakelijk zijn, zoals sla en prei.
Voor sommige situaties geldt vrijstelling van de rotatieplicht en/of rustgewasverplichting, bijvoorbeeld wanneer:
- percelen biologisch gecertificeerd zijn;
- ten minste 75% van het bouwland bestaat uit grasland;
- op bedrijfsniveau ten minste 75% van het areaal uit grasland bestaat.
Zie voor meer informatie: Gewassen op bouwland roteren (GLMC 7) GLB 2026 | RVO.nl
Overige aandachtspunten
Schriftelijke toestemming bij (onder)pacht
Zorg ervoor dat u bij het (onder)pachten van gronden beschikt over een schriftelijke toestemming van de eigenaar. Regel dit vooraf. Dit voorkomt frustraties bij controles, aangezien RVO hiernaar vraagt. Ontbreekt deze toestemming, dan kan de subsidieaanvraag van dat betreffende jaar (o.a. eco‑regeling) in gevaar komen. RVO kan bovendien extra controles uitvoeren op voorgaande jaren – met alle gevolgen van dien. Dit geldt zowel voor landbouwgrond als landschapselementen (houtwal, bosjes, enz.) Zie website RVO: Grondgebruik en GLB 2025 | RVO.nl
Bij perceelsintekening in de Gecombineerde Opgave moet rekening worden gehouden met onder andere de kadastrale grenzen om overlap en dubbelclaim voorkomen.
Bufferstroken
Op bufferstroken is het verboden te spuiten en bemesten. Dit beïnvloedt de teeltmogelijkheden, zeker bij gewassen die niet zonder gewasbeschermingsmiddelen kunnen worden geteeld. Per type waterloop gelden minimale breedtes van bufferstroken, die kunnen worden afgeschaald als meer dan 4% van het areaal binnen een topografisch vlak bestaat uit bufferstroken. Zie voor aanvullende informatie: Bufferstroken | RVO.nl.
Of RVO rekening heeft gehouden met de opmerkingen die u heeft ingediend bij de aanduiding van de sloten in de perceelsregistratie van 2025, blijkt uit die zelfde perceelsregistratie. Hierbij dient u de peildatum terug te zetten op 15-5-2025 en raadpleeg “uw opmerkingen”.
Voorwaarden grasland voor GLB-premie
Blijvend, tijdelijk of natuurlijk grasland komt alleen in aanmerking voor GLB‑premie als dit perceel minimaal één keer per jaar wordt geweid en/of gemaaid, uiterlijk vóór 1 september. Deze voorwaarde geldt niet voor gras dat wordt opgegeven als vanggewas of groenbemester.
Eco‑regeling: extra controles
Wanneer u deelneemt aan de eco-regeling, is de kans groot dat u te maken krijgt met extra controles op de eco-activiteiten die door u zijn aangevraagd. RvO gebruikt hiervoor de GeoTag-app. U kunt uitsluitend via deze app de gevraagde gegevens (o.a. foto’s) indienen. Hiervoor heeft u eHerkenning én de GeoTag-app op uw mobiele telefoon nodig. Als u de gevraagde informatie niet binnen de gestelde termijn aanlevert, wordt de betreffende eco-activiteit voor dat perceel afgewezen.
Dit kan grote gevolgen: de samenhang van punten en waarde binnen de eco-regeling verandert, waardoor mogelijk de volledige aangevraagde eco-premie vervalt.
In 2025 controleerde RVO veelal op: kruidenrijke bufferstroken, groene braak, grasklaver, kruidenrijk grasland, gebruik grasland (maaien/weiden). Daarnaast controleert RVO met satellietbeelden onder andere op: vroegrooigewassen, gelijke bedekking van percelen, subsidiabele oppervlakte, landschapselementen, overige (eco-) activiteiten. Zie ook: Controleren en monitoren van GLB-subsidies | RVO.nl
Aanvullende vragen gecombineerde opgave 2025
Vanaf 2025 wordt de opslagcapaciteit van dierlijke mest opgegeven bij de Opgave aanvullende gegevens voor landbouwers (AGL 2026). Daardoor vervallen in de Gecombineerde Opgave 2026 de vragen over opslag van dierlijke mest. In de Gecombineerde Opgave 2026 worden – 3 keer per 10 jaar – extra vragen gesteld in het kader van de Europese landbouwtelling. Deze vragen hebben betrekking op de bedrijfsvoering, mestbeheer en de huisvesting van dieren.
Bij vragen of meer informatie, neem contact op met een van volgende adviseurs uit de regio’s:
Noord-Limburg: Leo Peters via 06-55720246 of lpeters@arvalis.nl
Midden-Limburg: Stan Corstjens via 06-51490276 of scorstjens@arvalis.nl
Zuid-Limburg: Patricia Dörenberg via 06-55720240 of pdorenberg@arvalis.nl
Brabant en Zeeland: John Bal via 06 – 212 326 01 of john.bal@arvalis.nl of Martin de Hoop via 06 – 295 202 60 of martin.de.hoop@arvalis.nl